Lees eerst de voorgaande delen:
Noord-Frankrijk in zes nachten | SCHUB.nl – [1] – [2] – [3]
Deel 4/6: Ruisend gruis
Vol goede moed pakken we onze spullen om een dagje te gaan vissen. Uit vissen gaan is bijna net zo leuk als vissen zelf. De verwachting, de vroegte, de spanning. We worden al aardig bedreven in het in- en uitpakken van de auto. We zijn dan ook snel op weg naar het dagwater.
In tegenstelling tot gister is de plas rustig en verlaten. We rijden naar onze voorgevoerde stek. Halverwege het uitlaatvretende en voiture-slopende stenenpad komt een brandweerjeep (met sirene) achter ons aan. Het blijkt privaat terrein. ‘Wegwezen!’ De stevig gebouwde brandweerman houdt er een leuk stukje land op na met een paar plasjes er bij. Het pad hoort kennelijk bij zijn grond dus moeten we de spullen naar de stek sjouwen.

Als de auto bijna is uitgeladen, komt de brandweerman weer voorbij. Hij heeft zijn ronde gemaakt en vertelt ons droog dat we best onze spullen even mogen uitladen als we maar niet op zijn watertjes vissen. Wel-pot-ver-drie-dubbel-tjes, we hebben voor niets alles uitgeladen.
We vervloeken en prijzen de beste man tegelijkertijd. Hij wijst ons er nog op dat we niet ’s-nachts op deze stek mogen vissen. Dat is ons bekend. We krijgen een dikke duim als hij aan het eind van de dag weer voorbij komt en ziet dat we aan het opruimen zijn. Intussen hebben we mooi geen een aanbeet gekregen. Die ene springende vis gisteren was kennelijk een uitzondering, want vandaag lijkt er geen vis meer te zwemmen op het meer. De wind is ook al weer gedraaid, zou dat het zijn? Niks gevangen dus. Niet getreurd en op naar de nachtstek.
Iedere twee uur wordt er een boot met zand afgevuld op de volgende stek Vandaar de naam Zandboot voor deze stek. Het is een rumoerig stukje kanaal, maar er staat nauwelijks stroming. Er staan zelfs wat waterplanten en er drijven wat een dode dieren in de kant. Een konijn, een rat of een kat, en een brasem. Luguber, maar wel een pek waar ook de karper voedsel kan vinden.
De lijnen worden zo breed mogelijk neergelegd. Om iets onder een bocht te kunnen vissen, en ook om de lijn boven de waterplanten te houden, maak ik gebruik van een steuntje om de lijn boven water te houden. Idealiter gebruik je een hard plastic V-kopje, maar ik had alleen een paar achtersteuntjes voorhanden. Het voordeel van de achtersteuntjes is wel, dat de lijn op scherp kan worden gelegd. Vergelijkbaar met het zetten van een muizenval. Bij een aanbeet wordt de lijn vanzelf uit de steun getrokken. Dit steuntje stel ik zo op, dat de laatste meters lijn mooi over de bodem lopen, maar de ‘lange afstandslijn’ door de lucht loopt.
Sinds een paar jaar maak ik gebruik van gevlochten hoofdlijnen, gevolgd door een dikke nylon voorlijn van ongeveer 50 meter. Dit bevalt zeer goed. Bij het vissen op korte afstand en tijdens het drillen van vis heb je het voordeel van de rek in de nylonlijn. Bij vissen op grote afstand, heb je toch de beetindicatie van de gevlochten lijn.
Alle hengels liggen mooie gespreid over het kanaal. Een paar plekjes, zijn binnen de vierkante meter drie dagen aangevoerd. De verwachtingen zijn hoog. Er is veel witvis actief en een weersomslag is onderweg. Ik open mijn ogen en zie mijn sounderbox die stil is en blijft. De batterij is bijna leeg, maar daar ligt het niet aan. Er komt een labrador in vol galop op mij afgestormd en ik ben direct volledig wakker. De hond rent vrolijk verder en ik zie mijn hengels staan. Stil.
[l66 key=butt feeds=goedkopervissen, hengelsportpaleis, product=3 order=ltoh layout=4]







